Oog voor community-goodness

De man die ik sprak werkte jarenlang bij een middelgrote gemeente, hij kon daar smakelijk over vertellen. Het gaat hier om iets van decennia terug. In de middag gold daar een telefoonverbod (het tijdperk van de vaste telefoons dus). De professionals moesten namelijk wel kunnen nadenken bij het maken van beleid, en niet gestoord worden. Dat was toen.

 Een aantal jaren geleden ontmoette ik een manager uit het opbouwwerk. Ze zei: ‘Ook ik herinner me de gemeente als een bastion, je kreeg nooit iemand te pakken. Nu moeten we bij wijze van spreken de ambtenaren uit ‘onze’ portieken jagen, omdat ze in hun streven naar contact met de burger een beetje in de weg lopen’.

 De professionele wereld is ten goede veranderd, zeker. Hele generaties groeien op met samenwerken, het begint al op school, veel beter dan vroeger. Maar ik twijfel nog. Dat zit zo. Een jaar geleden kwam ik in contact met een doorgewinterde, echt succesvolle community-builder, ergens in het midden van het land. Ze gaf me bijles in ‘community-kunde’. Het is, zo zei ze, in essentie simpel, ‘the community is the answer’, waarna een betoog volgde over jeugdcriminaliteit, het gezondsheidsvraagstuk en veel meer. De lijst van thema’s met een sterke potentiële community-rol was volgens haar oneindig lang. Haar standpunt was .. als de community nu eens echt actief werd ingeschakeld, dan zijn de resultaten verbluffend positief. Tom Wollf noemt dit in zijn boek ‘The power of collaborative solutions’ uit 2010 het aanspreken van community-goodness, een sterke term. 

Community-building is niet de een of andere ‘slimme’ organisatievorm, een kunstje naast vele anderen. Het is in de kern een spiritueel en ecologisch principe. Spiritueel is een wat omstreden begrip (‘heeft dat met religie te maken?’), maar staat gewoon voor echt verbonden zijn met mensen. Heel goed luisteren helpt daarbij enorm, en vooral niet vergeten op tijd de eigen-mening-machine uit te zetten. 

Ecologisch denken staat voor simpelweg (willen) inzien dat problemen van mensen naast indivuele oorzaken ook te maken hebben met hoe de omringende wereld is georganiseerd. Obesitas bijvoorbeeld heeft veel met falende eigen discipline  te maken maar ook met toezicht, ruimte of vervoerssystemen die te weinig tot bewegen verleiden of de al te uitnodigende schappen van de supermarkt. 

De sociale werkers die ik ontmoet in diverse professionele communities zijn stuk voor stuk zeer betrokken bij andere mensen, op het idealistische af. Het is een voorrecht steeds een tijd met hen op te trekken. Hetzelfde geldt voor de vele vrijwilligers, van sportclub tot maatschappelijk werk. Samen vormen ze een verbluffend sterk ‘help-systeem’. 

Er wringt zoals gezegd nog steeds iets. Het help-systeem dat we zo samen bouwen leunt nog steeds niet echt op community-goodness. Ja, beleidsmatig wel, ook in de retoriek van discussies en zo. Maar in de praktijk wordt de community-power te weinig echt aangesproken. We doen het wel, maar uiteindelijk halfhartig. Het is geen verwijt, ik heb het ook over mezelf. we zijn allemaal het product van een individualistische cultuur. ‘Je moet vooral voor je zelf opkomen, niemand anders doet het voor je’.

Een voorbeeld. Werk vinden als je uit het voortgezet speciaal onderwijs komt? Dat is voor een deel op te pakken met professionele job-coaches, maar komt uiteindelijk neer op liefdevolle werkgevers die ook de kids in hun gemeenschap onder hun hoede willen nemen. Wie een help-systeem bouwt vanuit een community-perspectief maakt niet zozeer subsidieregelingen voor maatschappelijke initiatieven, maar bouwt vooral gestaag aan echt partnerschap en zelfs vriendschap met werkgevers of andere maatschappelijke hoofdrolspelers. Dat is voor mij een echt andere benadering, met praktische verschillen in werkwijze.

John McKnight is bekend geworden met zijn boeken over ‘the gifts’ van de samenleving (lees bijvoorbeeld ‘The Abundant Community’ uit 2010). Die ‘gifts’ zijn kennis, relaties, empathie, geld en veel meer. De maatschappelijke cadeautjes liggen voor het oprapen. Maar moeten – ook door gepassioneerde profesionele helpers en vrijwilligers – wel worden op- en uitgepakt.

Het beeld van ‘gratis hulp uit de community’ is uiteraard al te romantisch. Gelukkig maar, wie hulp zoekt moet daar wel wat voor (willen) doen. Wie een community bouwt of organiseert moet informeren, verleiden, faciliteren en sensitief genoeg zijn om de specifieke omringende wereld echt te snappen. En vooral – ook Tom Wolff wijst daar op – zorgen voor genoeg ‘joyness’, een reeks van plezierige ervaringen bieden. In de groep waar ik mee mag helpen rond werk en speciaal onderwijs is dat wat (mij) enorm opvalt, het plezier dat werkgevers beleven aan ‘hun’ werknemers die net even wat minder snel zijn dan gemiddeld. Community-building is vooral ook het aanspreken van ‘joy’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s