Van potentiële community naar een echte

De grote opgave voor elke community-manager is om haar of zijn groep vitaal en (inhoudelijk) scherp te houden. Soms gaat dat – bijna – vanzelf vanwege de sterke chemie, meestal is inzet en vooral creativiteit nodig. In veel gevallen is de term community een etiket voor een te losse groep. En ook een levendige groep kent momenten van verval of einde. Minder aandacht krijgt bij community-building de startfase. Hoe wordt een ‘losjes gekoppeld netwerk’ omgevormd tot een lekkere groep?

Oppakken of oprichten

Bij de start van het community-proces zijn er in feite twee smaken. Er is al een levendig en informeel netwerk, en de community-manager kan dit oppakken en de groep hechter maken. Dit komt relatief vaak voor, het wemelt van de informele groepen met een hoge community-feel. Veel communities worden nooit opgericht, maar hoeven alleen herkend en vooral ook erkend te worden. We spreken ook wel over bootleg-communities, onder verwijzing naar de aloude lp’s (je weet wel, die zwarte schijven). Een bootleg-album was al lang op de markt, zonder ooit formeel en met toestemming te zijn uitgebracht. Een community kan ook doelbewust en doelgericht opgericht worden (‘established communities’). Soms kennen de potentiële leden elkaar niet nauwelijks, maar is er wel community-potentieel. Een goede community-manager is voortdurend alert op dit community-potentieel. Voorzitters van duffe wijknetwerken, ambtenaren of bestuurders met een onwijs boeiend inhoudelijk dossier, bedrijven met hun rug naar de samenleving, ze zijn – in mijn visie – ‘knap stom’ bezig door een potentiële community die voor ze ligt niet wakker te kussen. Tot zover deze meningenfabriek. In de term community-building zit iets van maakbaarheid besloten. Critici van de term community-building wijzen op de onjuiste bouw-metafoor, een community groeit vooral. Een grasspriet groeit (helaas?) niet sneller door er aan te trekken.

Drie keer een plus

De ‘million dollar question’ is, hoe maak je doelbewust en doelgericht van een potentiële community iets waar werkelijk leven in zit. In de afgelopen weken zag ik me geconfronteerd met een losse droomgroep. De groepsleden waren begaan met de maatschappij, ze woonden op min of meer dezelfde plek en waren behoorlijk ontwikkeld.  Dat is dus drie keer een plus. De groep was bij elkaar gebracht voor een etentje. Heel slim, want samen eten is altijd de grote verbinder. Deelnemers waren vooraf gevraagd om hun favoriete spot van de wijk te laten zien, via een door hen zelfgemaakte foto. De foto’s hingen aan de wand. Op bijna geen enkele foto stonden mensen, het waren vooral mooie gebouwen of groenstroken. Een enkeling had wel een café op de foto gezet, als ontmoetingsplek. Ok, alle seinen op groen, maar hoe nu verder? Gelukkig was daar de boekenkast over community-building.

Ons dorp

Mensen verbinden zich allereerst vanwege een plek. Het is de theorie van het DORP, de bewoners identificeren zich met elkaar omdat ze de plek waar ze wonen emotionele waarde toekennen. Antropologen waarschuwen overigens al honderd jaar voor deze mythe van het dorp. Dat dorpsbewoners aardig tegen elkaar zijn, komt ook omdat ze ruilhandel bedrijven en zich samen kunnen verweren tegen indringers. Daar zit niks romantisch aan. De geografische factor is – desondanks – nog steeds van grote waarde. Kijk maar naar de vele groepen op sociale media waarin bezoekers jarenlang beelden delen van hun plek, onder de noemer IK BEN EEN (verder zelf te invullen). Moest ik vooral de dorpskaart trekken, ook al bevond ik me in een grote stad?

Help!

Met een goede kennis besprak ik deze aanpak. Zij vond van niet. Als ik verstandig was zette ik in op de factor URGENTIE. Mensen verbinden zich als ze allemaal tegelijk last hebben van een groot probleem, waar ze zelf en alleen niet uit komen. Meteen schoot klassieke handboek-kennis door mijn hoofd, van Doorn en Lammers over institutionalisering, ‘bij dreiging kruipen mensen bij elkaar’. Moest ik inderdaad vooral inzetten op de inhoud, zoals al zo vaak rondom zakelijke netwerken gebeurt?

Mijn mensen

Ik besloot toch vooral voor een derde variant te gaan. Op de genoemde foto’s stonden opvallend weinig mensen. Ik sprak de groep er een beetje plagend op aan. ‘Zijn jullie je buren vergeten’. ‘Zijn jullie elkaar vergeten’. ‘Ga even praten met iemand waar je misschien niks mee hebt’. Het is het verhaal van de normatieve identificatie. Mensen zoeken elkaar op vanwege gedeelde INTERESSES EN WAARDEN. Het is ‘de’ reden waarom ook in een grotere stad nog zoveel gemeenschapszin bestaat. Mensen komen bij elkaar in honderden clubjes, omdat ze gek zijn op auto’s, roddelen, pokemons vangen, dezelfde sport, architectuur of omdat ze koken leuk vinden. Mensen verbinden zich ook omdat ze zich bij anderen prettig voelen, wat in feite een hele sterke kracht is.

Binnenkort komen we weer bij elkaar. De eerste stap is gezet, de eerste slag gewonnen. Community-building is een linke business waar je al in de eerste minuten de game kunt verliezen. Nu dit niet gebeurt is, verder werken aan het winnende game-plan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s