Soft skills van community-building en het Collaborative Quotient (C.Q.)

In de New York Times verscheen recent een opmerkelijke column van
David Brooks. De economie van de V. S. draait op volle toeren, toch zijn de millennials niet blij. Zij werken meer en meer in een ‘gig economy’ van losse opdrachten. Om daarin mee te doen is naast vakkennis ook een andere kwaliteit van belang. David Brooks noemt dit de soft skills, vaardigheden die je opdoet tijdens vrijwilligers- en community werk, wat feitelijk terugloopt. Werkgevers mopperen, ook met die (training in) in soft skills is het volgens hen matig gesteld, waarbij ook naar het onderwijs wordt gewezen. Brooks eindigt met een knipoog naar een verkiezingskreet van Bill Clinton, met het statement ‘It’s not the economy, stupid’. V.S. is Nederland niet, voor meedraaien in vrijwilligerswerk is voor ons het beeld gunstiger. Ooit opperde iemand dat in de VS zoveel (theoretische) aandacht bestaat voor community-building juist vanwege het dramatische gebrek aan gemeenschapszin. Maar nu dwaal ik af.

Standaard-eisen aan een community-builder

Voor deze blog over community building vooral interessant is de vraag naar de soft skills van community building. Die kwestie wordt meestal wat oppervlakkig behandeld in de vakliteratuur. Dikwijls via een wat saaie opsomming van eisen aan de community-manager. Die moet inspireren, nieuwe leden binnenbrengen, zorgen voor een boeiend programma, vinger aan de pols houden van wensen van community-leden en behendig omgaan met opkomende conflicten. Check.

Collaborative Quotient (C.Q)
Auteurs die wel de diepte ingaan zijn Dawna Markova Angie McArthur in het boek ‘Collaborative intelligence. Thinking with people who think differently’ uit 2015.
Bekijk de review van Good Reads Daarin staat de term Collaborative Quotient centraal. Het boek draait om collaboratieve samenwerking, samenwerking in een community tussen experts, uitvoerders en ervaringsdeskundigen. De theorie is veelbelovend, door veel perspectieven en ervaringen samen te brengen ontstaan slimmere oplossingen voor complexe (maatschappelijke) vragen. Zo simpel gaat dat niet. Het is de goeroe van het leren Peter Senge die er al jaren geleden al op wees dat een groep ook makkelijker dertig procent dommer kan zijn een verstandige eenling.

‘To the point’ als norm

Volgens deze neuro-psychologen is de vraag naar het hoe van samenwerking merkwaardig onderbelicht. Ze onderscheiden drie geestestoestanden waarin een groep kan samenwerken. De auteurs noemen ze Focus, Zoeken, Open (ik ken ook andere benamingen zoals werken in een alfa of bèta modus). Bijna altijd wordt gemikt op focus. Dat betekent alert zijn, met veel oog voor detail, bewust van het publiek.

Daar bestaat zelfs een uitdrukking voor, ‘to the point’ zijn. Scherp vergaderen dus, met een beetje het mes op tafel. De andere varianten worden zelfs als nutteloos en tijdsverspilling gezien. Bij zoeken (‘sorting’) staat begrijpen en exploreren centraal. Bij open gaat het om creativiteit en verbeelding. Laten we het wel een beetje zakelijk houden. Dit is een ernstige denkfout, en community-builders hebben de taak, met hun soft skills de groep ook in een andere richting te brengen. Ikzelf ben dol op explorerend vergaderen, wat me (dus) niet altijd in dank wordt afgenomen. Een creatieve aanpak vraagt meestal een zorgvuldige voorbereiding en een afwijkende vergaderagenda.

Variëren in leerstijlen en de noodzaak van maatwerk

Dat gaat helaas zomaar niet. Belangrijk is allereerst goed inzicht te krijgen in de leerstijl van individuele deelnemers. Dat kan getest worden, maar ook ontdekt door daar eenvoudigweg naar te vragen. In essentie zijn er drie, redelijk bekende leerstijlen, we werken het liefst via beelden, door te ervaren of via tekst. Onderdeel van de soft skills van de community builder is te variëren in deze methoden, iets wat relatief eenvoudig te realiseren is. Doen!

Het Collaborative Quotient is hoog wanneer net die aanpak wordt gekozen die zorgt voor ‘collaborative learning’. Helaas is hier geen eenvoudige regel voor. Visueel werken zorgt voor bij de een voor focus, terwijl het bij de ander leidt juist leidt tot creativiteit. Daar is helaas geen peil op te trekken, mooier kunnen de auteurs het niet maken. Het is letterlijk maatwerk, de community-builder moet elke deelnemer dus goed leren kennen en dan bewust en doordacht een leerstrategie voor samenwerking kiezen. Zoiets vermoedde ik al, aan het werk weer dus.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s