Een community-builder denkt in momenten

‘Never waste a good moment’

Een community kun je op verschillende manieren bekijken. De eerste focus is op de groep en de dynamica van de groep. In welke mate is sprake van eenheid? Het accent kan ook liggen bij de doelen van de community. Wat streeft de community na? Een derde benadering zet in op de organisatie, hoe is de rolverdeling? Een vierde zienswijze bekijkt de community wat meer van een afstand als een systeem, in nauw contact met de organisaties er om heen. Een vijfde zienswijze kijkt naar cultuur. Naar de manier waarop deelnemers via symbolen en rituelen zich ontwikkelen tot een gezamenlijke groep. De zesde zienswijze kijkt naar macht. Wie zoekt naar invloed en middelen? Een community builder moet in staat zijn al deze brillen op te zetten, liefst tegelijk. Om zo letterlijk een brede kijk op het vak van community-builder re krijgen. Lees verder Luc Dekeyser, ‘Sociaal-Agogische Organisatieleer, deel 1 kijken naar organisaties’ uit 2003.

Ik hou zelf erg van de cultuurbenadering, de ordenende rol van symbolen en rituelen. Het standaardwerk daarvoor is dat van A.P. Cohen uit 1985, The symbolic construction of community, met als basis inzicht dat elke community ook een mentale constructie is. Wie bouwt aan een community is een eind op streek als de deelnemers de groep ook als een community zien, beleven en ervaren. Een zienswijze die iets weg heeft van het bekende ‘fake it till you make it’. Iets positiever geformuleerd; door symbolen en rituelen groeit de community.

Het is cruciaal dat een community-builder inzet op momenten van symbolische waarde. Ik verwijs daarbij graag naar het werk van de broers Chip en Dan Heath en hun boek ‘The Power of Moments’ uit 2017. Momenten met een emotionele lading, die memorabel zijn en voor trots en connectie zorgen. Het is aan de timing en creativiteit van de community-builder om daar voor te zorgen.

Chip en Dan Heath geven zelf talloze voorbeelden. Het organiseren van een ‘signing day’ voor nieuwe profspelers of nieuwe studenten. We kennen natuurlijk de klassiekers van verjaardagen en promoties. Maar we kunnen er zelf ook een hoop bij bedenken, zoals de ‘First Day Of Experience’, met de symboliek van transitie en rite de passage. De belangrijke les is: denk in momenten.

Zelf organiseer ik met een groep deze week de TT van Hoornes, een fietstocht voor en met een ambtelijke fangroep voor de wijk Hoornes in Katwijk. De letters TT staan hier voor Test Tocht, we gaan wat plannetjes voor de wijk testen. Je weet het nooit van tevoren, maar de intentie is voor mij helder. Dit moment helpt hopelijk om straks een brede wijkgroep te vormen van ondernemers, hulpverleners, bewoners en ambtenaren.

Advertenties

Soft skills van community-building en het Collaborative Quotient (C.Q.)

In de New York Times verscheen recent een opmerkelijke column van
David Brooks. De economie van de V. S. draait op volle toeren, toch zijn de millennials niet blij. Zij werken meer en meer in een ‘gig economy’ van losse opdrachten. Om daarin mee te doen is naast vakkennis ook een andere kwaliteit van belang. David Brooks noemt dit de soft skills, vaardigheden die je opdoet tijdens vrijwilligers- en community werk, wat feitelijk terugloopt. Werkgevers mopperen, ook met die (training in) in soft skills is het volgens hen matig gesteld, waarbij ook naar het onderwijs wordt gewezen. Brooks eindigt met een knipoog naar een verkiezingskreet van Bill Clinton, met het statement ‘It’s not the economy, stupid’. V.S. is Nederland niet, voor meedraaien in vrijwilligerswerk is voor ons het beeld gunstiger. Ooit opperde iemand dat in de VS zoveel (theoretische) aandacht bestaat voor community-building juist vanwege het dramatische gebrek aan gemeenschapszin. Maar nu dwaal ik af.

Standaard-eisen aan een community-builder

Voor deze blog over community building vooral interessant is de vraag naar de soft skills van community building. Die kwestie wordt meestal wat oppervlakkig behandeld in de vakliteratuur. Dikwijls via een wat saaie opsomming van eisen aan de community-manager. Die moet inspireren, nieuwe leden binnenbrengen, zorgen voor een boeiend programma, vinger aan de pols houden van wensen van community-leden en behendig omgaan met opkomende conflicten. Check.

Collaborative Quotient (C.Q)
Auteurs die wel de diepte ingaan zijn Dawna Markova Angie McArthur in het boek ‘Collaborative intelligence. Thinking with people who think differently’ uit 2015.
Bekijk de review van Good Reads Daarin staat de term Collaborative Quotient centraal. Het boek draait om collaboratieve samenwerking, samenwerking in een community tussen experts, uitvoerders en ervaringsdeskundigen. De theorie is veelbelovend, door veel perspectieven en ervaringen samen te brengen ontstaan slimmere oplossingen voor complexe (maatschappelijke) vragen. Zo simpel gaat dat niet. Het is de goeroe van het leren Peter Senge die er al jaren geleden al op wees dat een groep ook makkelijker dertig procent dommer kan zijn een verstandige eenling.

‘To the point’ als norm

Volgens deze neuro-psychologen is de vraag naar het hoe van samenwerking merkwaardig onderbelicht. Ze onderscheiden drie geestestoestanden waarin een groep kan samenwerken. De auteurs noemen ze Focus, Zoeken, Open (ik ken ook andere benamingen zoals werken in een alfa of bèta modus). Bijna altijd wordt gemikt op focus. Dat betekent alert zijn, met veel oog voor detail, bewust van het publiek.

Daar bestaat zelfs een uitdrukking voor, ‘to the point’ zijn. Scherp vergaderen dus, met een beetje het mes op tafel. De andere varianten worden zelfs als nutteloos en tijdsverspilling gezien. Bij zoeken (‘sorting’) staat begrijpen en exploreren centraal. Bij open gaat het om creativiteit en verbeelding. Laten we het wel een beetje zakelijk houden. Dit is een ernstige denkfout, en community-builders hebben de taak, met hun soft skills de groep ook in een andere richting te brengen. Ikzelf ben dol op explorerend vergaderen, wat me (dus) niet altijd in dank wordt afgenomen. Een creatieve aanpak vraagt meestal een zorgvuldige voorbereiding en een afwijkende vergaderagenda.

Variëren in leerstijlen en de noodzaak van maatwerk

Dat gaat helaas zomaar niet. Belangrijk is allereerst goed inzicht te krijgen in de leerstijl van individuele deelnemers. Dat kan getest worden, maar ook ontdekt door daar eenvoudigweg naar te vragen. In essentie zijn er drie, redelijk bekende leerstijlen, we werken het liefst via beelden, door te ervaren of via tekst. Onderdeel van de soft skills van de community builder is te variëren in deze methoden, iets wat relatief eenvoudig te realiseren is. Doen!

Het Collaborative Quotient is hoog wanneer net die aanpak wordt gekozen die zorgt voor ‘collaborative learning’. Helaas is hier geen eenvoudige regel voor. Visueel werken zorgt voor bij de een voor focus, terwijl het bij de ander leidt juist leidt tot creativiteit. Daar is helaas geen peil op te trekken, mooier kunnen de auteurs het niet maken. Het is letterlijk maatwerk, de community-builder moet elke deelnemer dus goed leren kennen en dan bewust en doordacht een leerstrategie voor samenwerking kiezen. Zoiets vermoedde ik al, aan het werk weer dus.

Van Fact-Check naar Community-Check?!

Onlangs hadden programmamakers van de EO een aardig idee. Een journalistieke rapportage maken over een gemeenschap, verbonden door een plek. In dit geval Katwijk. De naam was Typisch Katwijk. Dat hebben ze geweten, de Katwijkers waren ‘not amused’. De geportretteerde hoofdrolspelers waren zo apart dat de serie beter A-typisch Katwijk had kunnen heten. De lokale gemeenschap ‘herkende’ zich niet in de serie, over hun gemeenschap. https://www.trouw.nl/cultuur/zo-typisch-katwijk-is-katwijk-helemaal-niet~a8617edb/

Bijna tegelijkertijd startte in het Amerikaanse Illinois een boeiend experiment. Theatermakers en journalisten sloten een pact en besloten samen een workshopronde te maken over lokale berichtgeving en identiteit. https://www.propublica.org/article/free-street-theater-propublica-illinois-locations

De verwantschap met de Katwijkse affaire is frappant. Inwoners herkennen zich niet altijd in de wijze waarop over hun gemeenschap wordt bericht. Volgens de bedenkers is het gewenst dat journalisten de stap maken van een fact-check naar een community check. https://www.propublica.org/article/free-street-theater-propublica-illinois-locations

“If journalists don’t know how a community views itself, journalists don’t know what that community has at stake when it is represented or misrepresented”. Oppervlakkige berichtgeving zorgt – volgens de initiatiefnemers – niet alleen voor imago-schade maar verstoort ook de onderlinge verhoudingen. Het idee achter de workshop was om, op een zowel speelse als onderhoudende manier, te onderzoeken hoe bewoners in beeld gebracht willen worden. Door hiervoor ‘verschillende’ mensen (met net zo verschillende perspectieven) bij elkaar te brengen draagt deze vorm van community-research ook bij aan community-building.

De workshops in Illinois worden vooralsnog niet bepaald druk bezocht. Het smaakt ook een beetje naar wat ouderwets vormingstoneel. Maar de insteek spreekt mij aan. Samenwerking tussen theatermakers en journalisten. Community-research om de eigen identiteit op lichtvoetige, maar toch gegronde manier boven water te brengen. En een aanpak kiezen die het mogelijk maakt om bewoners te laten samenwerken. Do the community-check!

De betekenis van oral history voor community-building (VAK-KENVULLERS, aflevering 15, 13 november 2018)

VAK-KENVULLERS is een blog over de praktijk en theorie van community-building

Community building is een vak, een relatief nieuw vak zelfs. De zoektocht naar manieren om de community te versterken is in volle gang, gelukkig komt daar voorlopig geen einde aan. In deze blog pleit ik – in navolging van Sharee Cordes in 2016 – voor het toepassen van oral history als middel om te werken aan sterke communities. Geschiedschrijving is vaak schriftelijk, uitgevoerd door daarvoor getrainde professionals. Oral history bedrijven is – ook volgens Renate Stapelbroek – een goede methode om naast bestaande bronnen als beeld en artikelen aanvullende historische gegevens te verzamelen. Bij oral history staat de persoonlijke beleving centraal. Mensen vertellen via interviews over hun betrokkenheid bij een bepaalde gebeurtenis of activiteit.

Bonding, bridging en linking

In het artikel Community Stories, Community Building uit 2016 legt Sharee Cordes uit hoe oral history helpt om een community te versterken. Voor een goed begrip; een community is een verzameling mensen die in een bepaalde buurt woont of een aantal specifieke eigenschappen gemeen hebben, bijvoorbeeld een gedeelde interesse. In elke community zijn drie soorten relaties te onderscheiden, waarvoor dikwijls de termen bonding, bridging en linking worden gebruikt. Mensen zijn familie van elkaar of vrienden (bonding). Bonding zorgt voor (emotionele) steun. Een andere band is die tussen collega’s, teamleden of buren (bridging). Samen optrekken tussen collega’s of buren bevordert de efficiëntie van de groep. Linking is de spannendste verbinding, verschillende typen mensen in net zo verschillende situaties ontwikkelen een band met elkaar. Geslaagde community building zorgt voor bonding en bridging, maar vooral voor de linking.

Gedeelde verhalen en identiteit

En vooral voor linking komt oral history om de hoek kijken. Door de interviews ontstaan gedeelde verhalen (shared narratives). Dit versterkt de identiteit van de groep of de connectie met de plaats, en zorgt voor historisch en cultureel begrip. Oral history zorgt voor reflectie op de buurt en groep. Kernwoord is hier de term sense of community, een uitvinding van sociaal psychologen. Bij voldoende sense of community vindt een individu het prettig om deel uit te maken van de groep. De leden doen er toe voor elkaar, er is zelfs de verwachting dat individuele noden worden aangepakt. Een sterke community kent in de regel een sterke sense of community.

Voorwaarden voor effectieve oral history

Oral history versterkt volgens Sharee Cordes de gemeenschapszin vooral wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Meedoen moet een leerzame ervaring zijn, vanwege de unieke kans wildvreemde mensen te ontmoeten. En omdat vaardigheden worden bijgeleerd. Oral history door ingehuurde professionals laten uitvoeren is niet handig, het rendement is sterker wanneer groepsleden zelf aan de slag gaan. Training en educatie versterken langs deze weg de kracht voor de community. Wanneer het om buurten gaat is de bibliotheek een waardevolle en betrouwbare partner om mee te doen. Wat ook helpt zijn – het organiseren van – boeiende ontmoetingsmomenten, bijvoorbeeld na een oproep om oude foto’s in te leveren voor een scan. Van de verhalen kunnen bijvoorbeeld podcasts worden gemaakt, die via een website of ander portaal te volgen zijn. Belangrijk is ook om te zorgen voor copyright voor de interviewers!

Toepassing in de praktijk?

Op dit moment werk ik met een groep professionals en bewoners aan een community-project in de Katwijkse Hoornes, met als thema ontmoeten. Het gaat hier om een naoorlogse wijk zonder historische kern. Waar Katwijk bijzonder goed is in registratie van de historie (‘Ik Ben Een Katteker’), valt op dat beeld en verhalen over Hoornes nog niet zijn verzameld. Hoogste tijd om deze buurt nog bij elkaar te brengen, via oral history? Een eerste verkenning leverde meteen mooie beelden en verhalen op over de start van deze wijk, vanaf de jaren zestig. Zoals Katwijk zijn er veel meer plekken om met deze methode aan de slag te gaan, veel meer dan nu gebeurt.

 

VAKKENVULLERS (14)

VAKKENVULLERS, lifestream over communitybuilding, aflevering 14, 7 juli 2018

Ellen Koudijs is milieustrateeg en, ze is blind. Ze schrijft ‘brailleblogs’, dat genre kende ik nog niet. Die van 3 juli 2018 is zo mooi: ‘Ik hielp mee met de schoolmusical (‘goed luisteren is mijn specialiteit’). Tijdens de einduitvoering is het podium zo vol dat een aantal ouders klagen dat ze hun kind niet kunnen zien’. Verder in VAKKENVULLERS, lifestream over communitybuilding: Ede doet, een taal leren met een buitenlandse leerkracht via de tool Italki, Peter Hinssen en zijn ‘Waarom het netwerk altijd wint’, werken met buzzmaster, het succes van Planet Hope, het verzameld werk van Lucas Meijs en het verhaal van de sterke keeper van Iran, Alireza Beiranvand.

#EDEDOET In Ede geeft de gemeente drie keer per jaar een bedrag van 7.50 euro door de brievenbus. Wie genoeg medestanders en bonnen verzamelt kan daar een activiteit voor een leefbare buurt mee realiseren. Ede Doet Van jeu de boules tot springkussen, het aardige is dat de vorm verbindt. Online participatie bureau BRUIS helpt hieraan mee, ze maakten o.a. dit filmpje Interview met een initiatiefnemer

#LUCASMEIJS Lucas Meijs is een boeiende hoogleraar strategische filantropie en vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. En een fijne spreker, zoals te zien op dit college uit 2012 over ‘reuring in het vrijwilligerswerk’. College van Lucas Meijs College van Lucas Meijs, 2 Recenter werk is te vinden in zijn bijdragen voor magazine Sociale Vraagstukken Publicaties in Sociale Vraagstukken Met een brede insteek: ‘hoe cool is vrijwilligers werk’ en ‘gaan we steeds meer op China lijken’?

#BUZZMASTER Op congressen is het steeds meer gebruik: zaalinteractie via de telefoon Apps voor zaalparticipatie Het gaat via 4G of is er een bedrijf dat een eigen wifispot meeneemt. Er wordt gestemd op stellingen of commentaren of vragen verzamelen die de moderator weer voorlegt aan panels of sprekers. Vooral die laatste variant is erg handig; deelnemers worden uitgedaagd te luisteren en actief mee te ‘schrijven’

#ELLENKOUDIJS Ellen is een milieuwetenschapper, en ze is blind. Ik heb wel eens met haar samengewerkt, een zeer positieve vrouw. Ze schrijft, ontdekte ik recent, ook ‘brailleblogs’. Die van 3 juli 2018 is zo mooi. Ze helpt mee met de schoolmusical (‘ik kan goed luisteren’). Tijdens de einduitvoering is het podium zo vol dat een aantal ouders klagen dat ze hun kind niet goed konden zien. Tsja.. Brailleblog

#STICHTINGPLANETHOPE Het begon voor Karen Duys, bestuursadviseur in Roozendaal, met het steunen van weeskinderen in India. Via haar stichting Planet Hope. Inmiddels heeft ze vakonderwijs opgezet, in nauwe samenwerking met Nederlandse onderwijsinstellingen. Vooral voor die kinderen die vanwege ‘de kaste’ weinig tot geen kansen hadden. Omroep MAX besteedde er een kort item aan Planet Hope bij Max

#ALIREZABEIRANVAND De keeper van het voetbalteam van Iran, Alireza Beiranvand , oogde wat jong en tenger maar deed het fantastisch.  Zijn verhaal is ook fantastisch; hij komt van ver, hij stapte van het ene veld (schaapsherder) naar een veld met miljoenenpubliek.  De keeper van Iran

 #THENETWORKALWAYSWINS Videopresentatie door Peter Hinssen, auteur van het boek The network always wins’ Presentatie Peter Hinssen Prachtig verhaal over “the flip’ het overgangsmoment van tradities en oude gewoonten naar nieuwe praktijken. Als 1 speler iets verandert, is dat nog wel te overzien (lees: af te weren). Als meerdere spelers tegelijk een andere aanpak kiezen, gaat de verandering snel. Wie verandering wil, doe het (dus) samen; the network always wins. Boek The network always wins

 #ITALKI In het julinummer van Computer Idee een mooi overzicht: 15x manieren om een taal te leren, met bekende en minder bekende apps als Duolingo of Babbel. 15 manieren om een taal te leren Altijd handig op vakantie. Via de app Italki is de taal te leren via een sociaal netwerk: een op een les van moedertaalsprekers, voor een paar euro per uur. Italki Kortom, vindt je eigen leerkracht.

 

 

 

VAKKENVULLERS (13)

Vakkenvullers, lifestream over community-building, 1 juli 2018, aflevering 13

In VAKKENVULLERS dit keer een samenvatting van het boek Interprofessionele samenwerken en innoveren in teams. Samenwerking in nieuwe praktijken, onder redactie van Vincent de Waal, met extra aandacht voor het hoofdstuk van Dorien de Wit.  Omdat het zo fijne denkstof biedt voor de urgentie en complexiteit van werken aan professionele community’s. Organisatieadviseur Dorien de Wit beschrijft pijnlijk herkenbaar over wat dikwijls wringt in ‘je vak, je functie, je team, je organisatie en je netwerk.

We leven in een VUCA wereld, volgens Ducheyne (de auteur aan het woord) Een tijd van snelle veranderingen (Volatile), het is onvoorspelbaar hoe situaties zich ontwikkelen (Uncertain), er zijn veel partijen met tegengestelde belangen zonder eenduidige oplossingen (Complex), de samenhang tussen oorzaken en gevolgen is ook onduidelijk en we hebben ook nog eens geen eenduidig beeld van de werkelijkheid (Ambigious).

We gaan die werkelijkheid te lijf met specialisten en specialiseren. Iedereen zijn vak en discipline. Specialisten die zich ook nog eens ten opzichte van elkaar (willen) profileren.

Specialisatie en daarmee samenhangende verkokering heeft waarde; daardoor kijken we niet eenzijdig naar problemen en worden we gedwongen belangen af te wegen en te kijken en denken vanuit verschillende perspectieven.

Complexiteit vraagt van professionals steeds meer creativiteit en verbeeldingskracht, het persoonlijk oordeelsvermogen telt zwaar, net als het omgaan met ambiguïteit.

Professionals moeten (leren) adequaat om te gaan met morele vraagstukken, spelen met meerdere logica’s en plezier beleven aan weerbarstige (‘wicked’) problemen. (wat zijn wicked problems?)

De kans dit te leren wordt beperkt door de inhuur van tijdelijke krachten en “outsourcing”: de visie van professionals zelf staat onder druk, we hebben bovendien de neiging ambivalentie weg te drukken.

Marktdenken binnen en tussen organisaties werkt contraproductief. De introductie van competitie, werken met kleinere – zogenaamd beter te managen – eenheden en werken met duidelijke doelen en heldere succesindicatoren heeft de problemen vergroot in plaats van opgelost.  De noemer hiervoor was new public management. (new public management)

Specialisten van nu worden uitgedaagd actief burgerschap te bevorderen en in stand te houden en oplossingen te zoeken waarin het sociaal functioneren van het individu in zijn eigen, sociale omgeving wordt versterkt. (systeembenadering)

Belangrijk is dat we voor de professionals een werkomgeving maken waarin leren en werken soepel in elkaar overgaat, veel aandacht is voor impliciete kennis en een open en lerende cultuur bestaat en aandacht voor kenniscreatie.

Constructieve samenwerkingsrelaties tellen zwaar, we moeten bouwen aan “fluid network of interconnected individuals”, tijdelijk van aard en met innovatie-opdrachten. Faciliteren van deze teams is van cruciale waarde, net als het belang van leiderschap.

Zelfsturende teams dreigen een leeg concept te worden waarin oude leiderschapspatronen de kop opsteken. Middenmanagers worden weer belangrijk, maar nu als verandermanager die constant de dialoog opzoekt met medewerkers en externe partners over complexe processen. (zelfsturende teams)

Delen van kennis en toegang geven van dossiers en informatiebronnen is noodzakelijk.

Het werkplezier van professionals en de kans op een burn-out nemen af wanneer zij deelgenoot worden van verandering en proactief werken.

Specialisten zijn als het gaat om samenwerking bang voor taakverschraling; zij willen wel hun specialistische expertise op peil houden. Constructieve samenwerking vraagt altijd om behoud van specialistische identiteit.

De opleidingen worden T-shaped: een brede opleiding met tegelijk verdiepende vakkennis. Specialisten worden getraind andere specialisten te begrijpen, waarderen en om effectief te communiceren. De professionele competenties voor samenwerking worden steeds verder ontwikkeld, net als het continu willen leren en reflecteren.

Specialisten hebben de neiging niet mee te gaan in een verandering die zij niet zelf hebben bedacht, vooral door te gaan met waar zij nu al competent in zijn en risico te vermijden.

Het loont om elkaar het succes te gunnen en te oefenen met werken met een dubbele loyaliteit: aan de eigen organisatie maar ook aan partners buiten het eigen team. Dit kan door de teamleden actief te informeren over wat buiten speelt.

Professionals van andere organisaties persoonlijk leren kennen, met aandacht voor elkaars waarden, telt zwaar. Dorien de Wit noemt dit ‘de waterlijn naar beneden halen’.

Uiteindelijk is interprofessioneel samenwerken en werken in een alliantie of community gewoon hetzelfde als werken in het eigen team; alleen komt de specialist met andere organisaties verder en beter. Het zorgt voor meer ontwikkeling en productiviteit. Ik voeg daar persoonlijk graag aan toe: en zorgt voor meer plezier!

 

VAKKENVULLERS (12)

Aflevering 12, 23 juni 2018, lifestream over community-building

Editie 12 van VAKKENVULLERS, blog over community-building, gaat over de provincie als community-builder, over citizen-science (burgers doen wetenschappelijk onderzoek) en het fenomeen community-research. Met ditmaal twee publicaties van eigen hand: het magazine Stroomversnellers en het boekje Scheveningen Schittert: de foto’s daarin zijn in ieder geval de moeite waard. Ook een pleidooi voor maatschappijleer (‘make civics sexy again’), aandacht voor de Community Managers Nederland (CMNL) en het fenomeen hyperconnectiviteit: ‘er zijn nu al meer telefoons dan mensen’.

#STROOMVERSNELLERS Openbaar besturen (in Nederland althans) gaat steeds meer lijken op community-building, toch verrassend. Voor de Provincie Zuid-Holland maakten we een magazine ‘Stroomversnellers’ waarin drijvende krachten achter het goederenvervoer over water een podium kregen. Magazine Stroomversnellers Van tech-ontwikkelaars tot binnenvaartschippers. Uit het nawoord: ‘Doelen vaststellen rustig projecten uitrollen hoort tot de mythes van het openbaar bestuur. Zo werkt het niet (meer).

#BIRGITOELKERS Na lezen van een interessante blog bezocht ik communitybuilder Birgit Oelker in haar buurthuis in Baarn. Haar bedrijf heet Plan en aanpak. Birgit is expert in asset-based community building; bekijk het verslag even van een werkstage bij de Barnwood Trust in Gloucestershire (lessen van een stage) , over Asset Based Community Development (‘make the invisible visible’)

#GROUNDTRUTH2.0 In Delft sprak ik sociaal-wetenschapper Utah Wehm. Ze werkt bij het IHE Delft Institute for Water Education. Zij werkt via Groundtruth 2.0 aan citizen-science en duurzame innovatie; bewoners worden ingezet bij verwerven van data en actief gezet bij het valideren ervan (‘wiens waarheid telt het zwaarst). Haar inzet: naast techniek is de menselijke stem van blijvende waarde (‘environmental knowledge discovery of human sensed data’).

#OPENTUINEN In Rijnsburg ontmoette ik de initiatiefnemers achter Open Tuinen Rijnsburg. De tuin past mooi bij community-building, in Rijnsburg bleken 80 vrijwilligers actief. Lees even het verhaal over de indoorvolkstuin: ‘tuinen is vooral heel sociaal’.

#SCHEVENINGEN SCHITTERT. Geïnspireerd door het boek van de Engelse sociologe Lisa Goodson over community research maakten we in alweer 2017 het boek ‘Scheveningen Schittert’. Community research is een informele onderzoeksmethode waarin bewoners met elkaar in gesprek gaan. We spraken met groepen als de surfers, kerken, winkeliers tot aan strandondernemers over de spanning tussen innovatie en tradities. Hoofdstukjes werden tussentijds gepubliceerd in de Scheveningse Courant, het geheel is vrij verspreid door de gemeente Den Haag onder de 30.000 bewoners van dit stadsdeel. Lees Scheveningen-Schittert.

#UNDERSTANDPOWER Boeiend verhaal van Eric Liu over het belang van de lokale community en macht. Met statements als ‘make civics sexy again’ en wordt elkaars leraar als het  gaat om macht: Eric Liu is oprichter van de Citizen University en schreef diverse boeken over macht en lokale burgers, zoals ‘You’re more powerful than you think’: Citizin University

#COMMUNITYMANAGERSNEDERLAND Nederland kent sinds 2011 de Community Managers Nederland (CMNL) Die heeft als missie online community management te professionaliseren. Erg leuk is de pagina met praktische vragen en tips: Berichten Vraag: hoe ver ga jij om je community te leren kennen? Antwoord: ik ga 24 uur met ze wandelen (dan leer je iedereen wel kennen!).

#HYPERCONNECTIVITY Binnenkort zijn er volgens Jeremiah Owyang, gastblogger op de site van Virgin, meer telefoons dan mensen. Met als resultaat hyperconnectivity: ‘everything that can be connected will be’ Het is een oude wet: techniek loopt voor op de cultuur, het blijft zoeken hoe daarmee om te gaan.